Jan Grotenbreg

In 1970 besloot Jan Grotenbreg (1946) om een monochroom blauw vlak te schilderen. Binnen de begrenzing van het formaat wilde hij de ‘totale ruimte’ uitdrukken. Vanuit dit perspectief begon hij aan schilderen van wolkenluchten, waarbij de horizon is verdwenen. Deze periode duurde tot 1996 waarna er een zilver glanzende maan in zijn werk verscheen en zich wijdde aan een serie nachtlandschappen.

In 2001 ontdekte hij bij het maken van een cementen lijst rond een Maanschilderij het cement als ondergrond voor een schilderij en voegde hij een nieuwe dimensie aan zijn werk toe. Het resultaat is vaak vergeleken met de zogenoemde fresco, een muurschildering geschilderd in natte kalk. De verwering door de tijd van de fresco’s gebruikt hij als een belangrijk beeldmiddel. Dankzij moderne materialen kan hij werken op een droge laag kalkachtig cement met acrylverf. In eerste instantie betrof de interesse, na een lange tijd de wolken als uitgangspunt te hebben gehad, slechts het maken van een muur. Die ontstond reeds bij het op brengen van het cement, waarbij er bij wijze van experiment een ibis op de muur geschilderd werd.

Dit vormt het uitgangspunt voor een reeks dierenstudies naar de natuur en verscheen het paard, de stier, buffel en panter evenals de vogels, ooievaar, flamingo, de dans van de kraanvogel, de monniksgier en de mus in zijn werk. Bij de keuze van de dieren worden basale emoties en eigenschappen als woede, opstand, tederheid, verwondering, eenzaamheid, wijsheid en elegantie in beeld gebracht.

www.jangrotenbreg.nl